Slottoespraak 11-juli-viering Brugge

Door Pol Van Den Driessche op 11 juli 2018

Geachte schepen,

Waarde collega’s uit de parlementen,

Dames en heren raadsleden,

Voorzitters en bestuursleden van verenigingen,

Goede Vlaamse vriendinnen en vrienden,

 

Wij zijn in feeststemming en we hopen dat u dat ook bent. Voor even niet uitsluitend omdat de Rode Duivels straks de Fransen een pandoering kunnen geven. Het zou al weer dik zeven eeuwen geleden zijn na die vorige overwinning op onze zuiderburen, namelijk op de Groeningekouter ipv in St-Petersburg. Maar we vieren vooral omdat het morgen onze Vlaamse Feestdag is. En dit jaar viert het 11 Juli-Komitee van Brugge zijn vijftigste verjaardag!

Op 5 februari van dat markante jaar 1968 ging dit Komitee officieel van start en het past hulde te brengen aan de voorvechters die dit mogelijk maakten, onder wie de betreurde schepen Fernand Traen. Op zijn voorstel schonk het toenmalige stadsbestuur een halve eeuw geleden 35.000 frank aan de organisatie, zo lezen we in het boek dat historicus Rik Verlinde schreef. Het jaar daarna – bijna visionair en onmiskenbaar onder impuls van de latere Havenschepen Traen – stond de viering in 1969 in het teken van de noodzakelijke groei van de Zeebrugse haven.

Sinds 1986 mogen we onze zitting houden in de mooiste zaal van Brugge. Waarvoor onze grote dank, geacht stadsbestuur. Op de muren van deze zaal ziet u een afbeelding van de glorierijke terugkomst van de Brugse strijders na de veldslag. Deze muurschilderingen van Albrecht De Vriendt zijn intussen 120 jaar oud.

In het programmaboekje – dat u allen ontving - maakte graficus Marc Chielens een fotocollage van enkele hoogtepunten van de voorbije 50 jaar.

We hopen later dit jaar nog een orgelpunt op dit jubeljaar te kunnen plaatsen. Geen eindpunt, want onze goede strijd is nog niet gestreden.

Met grote erkentelijkheid voor elkeen die een rol speelde in deze vrijheidsbeweging. In het bijzonder herdenken we dit jaar letterkundige Fernand Bonneure en Herman Gevaert, algemeen secretaris van de Vereniging van Vlaamse Leerkrachten, die ook steeds aanwezig was op onze vieringen. U vindt het in memoriam in het programmaboekje.

Wie er niet in staat, omdat het boekje al gedrukt was, is de vorige week gestorven Sylvère Declerck. Ook hij was een trouwe gast op deze Guldensporenviering, samen met zijn vrouw Rosa zat hij altijd daar midden in dit blok voor mij. De wijze en aimabele oud-leraar en –inspecteur, ex-burgemeester van Blankenberge, schilder en beeldhouwer, actieveling en denker, sociaal-democraat en flamingant.

Mag ik u vragen een moment van stilte in acht te nemen om alle overleden Vlaamsgezinden te gedenken.

Mevrouwen, mijne heren,

De Vlaamse ontvoogdingsbeweging – van drukkingsgroepen en actiecomité’s tot overtuigde politici van velerlei kleuren – dié Beweging bereikte al veel.

Vandaag hebben we – en voormalig minister-president Luc Van den Brande verwees er zopas naar - een eigen Vlaams Parlement. We hebben een eigen Vlaamse regering. We sluiten autonoom internationaal rechtsgeldige verdragen af, we beschikken over veel middelen en een ruim pakket aan bevoegdheden.

Maar nog eens, we zijn er nog niet. Nog lange niet. Op een dag komen de kwestieuze dossiers terug op tafel, van Justitie en Financiën tot Sociale Zekerheid.

Want dààrover en daarvoor willen we ook zelf bevoegd én verantwoordelijk worden. Omdat we dat dan beter zullen doen en omdat we gewoon dat recht op zelfbeschikking opeisen. Al zal dat niet makkelijk worden, veel hangt af van de verkiezingen van mei 2019.

Want laten we toch maar eens kijken hoe het de Catalanen verging en vergaat. Met een doorzettingskracht die wij bewonderen, blijven de Catalanen ijveren voor de vrijheid van hun volk. Overtuigd en altijd vreedzaam. Nooit stroomde er bloed, behalve dan onlangs. Toen de Guardia Civil en het Spaanse leger de Catalanen uit elkaar klopten bij de stembusgang. Het lijkt wel of sommige Madrileense gezaghebbers heimwee hebben naar Franco.

Dat er vandaag Catalaanse actievoerders en politici in de gevangenis zitten of in ballingschap moesten vluchten, enkel omdat zij een referendum organiseerden over onafhankelijkheid, is totaal onaanvaardbaar.

Dat dit vandaag mogelijk is in Europa, is een vreselijk ontnuchterende vaststelling.

Je hoeft het zelfs niet eens te zijn met de Catalaanse onafhankelijkseis, maar geen enkel rechtgeaard mens kan instemmen met deze schande. De Europese leiders verloren de voorbije maanden hun onschuld en hun geloofwaardigheid. Zij verdienen ons misprijzen.

Want waar zijn ze nu, de grote roepers? Wat rest er van de Europese waarden? Doe iets, meneer Juncker en andere hoge piefen.

 

Vanavond zullen we dan - als blijk van medevoelen voor en uit solidariteit met de opgesloten en verbannen Catalanen, al bijna 300 dagen! - ook hun volkslied laten spelen door het ensemble “Quadro Viegas”. Vanuit dit mooie stadhuis, ooit opgericht vanuit een vrijheidsdrang, ondersteunen we de vraag, de roep, de schreeuw: “Laat ze vrij!” – “Allibereu-los!”.

De woorden van het Bormsgedicht van Willem Elsschot schieten me hierbij te binnen. Ik parafraseer ze naar deze actuele situatie:

“Ik weet, zoals ’t eenieder weet,

Die nu, in dit ons Europa,

Zijn brood in schaamte eet.”

Gevolgd door deze les voor onze beide volkeren, voor veel volkeren in de wereld:

“Weet, o lijdzaam volk, dat uw stem door niemand wordt gehoord,

Zo lang gij stamelend bidt en bedelt aan de poort.”

 

Geachte genodigden,

Straks zullen we plechtstatig zingen, in de tweede strofe van ons volkslied, dat een volk nooit zal vergaan. Dat is natuurlijk de ambitie van elk volk. Maar de historische werkelijkheid leert dat dit niet altijd het geval was. Soms verdwijnt een volk wel degelijk, door rampspoed en oorlogen of door ander onheil.

Als volksgemeenschap is het bijzonder belangrijk dat je iéts betekent in de wereld, dat andere landen en volkeren jou kennen en erkennen.

Dàt is mee de verdienste van de vorige en van de huidige Vlaamse regeringen. Zij droegen en dragen bij tot de herkenning en erkenning van Vlaanderen, van in de buurlanden tot in landen op verre continenten. Maar ook creatieve Vlaamse bedrijven kunnen daarin een rol spelen, vandaar onze Jan Heem-prijs voor ‘Studio 100’.

 

Dit brengt me tot mijn laatste puntje – geen nood, het staat in St-Petersburg nog altijd 0-0 – met name de kwaliteit van ons onderwijs.

De jongste internationale rapporten leren dat we traagjes wegzakken van het absolute wereldtopniveau. Dat is verontrustend. Laten we nu toch eens ophouden met, vanuit een achterhaald principe, het niveau naar beneden te halen ipv het op te tillen en jongeren te laten schitteren. Ik krijg het al helemaal als ik zelfs schrijvers en journalisten – wiens vak het nochtans is – hoor beweren dat een degelijke taalbeheersing niet meer nodig is.

Komaan! Daartegen moeten we ons verzetten, net tegenover de schrapping uit de eindtermen van een monument als Guido Gezelle.

Laten we ons gelukkig prijzen met mensen zoals An De Moor die, tot op en in het hoogste academische niveau, blijft pleiten voor eerbied voor onze rijke mooie taal. Terecht werd zij daarvoor onlangs gelauwerd met de zogenaamde “LOF-“prijs door de Stichting Nederlands. Proficiat. An!

Trouwens, met welk recht zouden we van nieuwe Vlamingen eisen dat ze Nederlands leren, als we zelf nog maar amper respect voor die taal zouden hebben? Dit is een blijvende zorg en opdracht voor de Vlaamse Beweging.

En ik ben het met u eens, meneer de schepen, dat Brugge een open stad moet zijn. Gastvrij en ontvankelijk voor mensen uit andere oorden. Weliswaar op voorwaarde dat zij zich willen integreren, onze taal willen leren en onze wetten en waarden onderschrijven.

Beste vriendinnen en vrienden,

 

Zeker in een internationaal gerichte stad kijken we met een open, moderne geest naar de wijde wereld. Globalisering brengt voor ons welvaart – denken we maar aan het toerisme en onze zeehaven. Maar nog beter lijkt me in te zetten op “glokalisering”: dat is de wisselwerking tussen mondiale, transnationale verschijnselen, waarden en normen ( globalisering ) met de lokale culturele invulling en aanpassing van die mondiale verschijnselen ( lokalisatie), met het behoud van authenticiteit.

 

Ik rond af met de woorden van een stadsgenoot die, hoewel niet gekend als voorvechter in de Vlaamse strijd, zo treffend vertelt/zingt hoe we onze eigenheid best behouden. Ik citeer Raymond van het Groenewouds “Moedertaal”:

Ik ben gewoon een Vlaming,
Daarvoor schaam ik me niet
Dus zing ik niet in 't Tsjechisch
Of Engels of Sanskriets

Ik zing in de taal van m'n moeder
Ik zing in m'n moedertaal
Tussen aanstellers en klonen
Lijk ik weer geniaal
 

Of anders uitgedrukt: Vlaanderen Boven!

Ik dank u.

Pol Van Den Driessche

Brugge, 10 juli 2018

Foto-album

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is